Samenvatting pilotonderzoeken consequenties Omgevingswet

ProfielfotoNicky Boom March 21, 2019 297 keer bekeken 0 comments

In 2021 gaat de Omgevingswet van kracht. Dat heeft consequenties voor o.a. Brzo- en RIE4-bedrijven. Naar die consequenties verrichten we onderzoek. De eerste twee (pilot)onderzoeken hebben inmiddels plaatsgevonden.

In 2021 gaat de Omgevingswet van kracht. Dat heeft consequenties voor o.a. Brzo- en RIE4-bedrijven. Naar die consequenties verrichten we onderzoek. De eerste twee (pilot)onderzoeken hebben inmiddels plaatsgevonden.

Wat is de Omgevingswet en wat verandert er?
Met de Omgevingswet bundelt de overheid 26 bestaande wetten over onder meer bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. Zo wordt het omgevingsrecht makkelijker en overzichtelijker. Tegelijkertijd leidt de Omgevingswet tot een verandering in het huidige stelsel van vergunningen en algemene regels. Het begrip ‘inrichting’ verandert in ‘milieubelastende activiteit’, er zijn meer activiteiten vergunningvrij, er is meer flexibiliteit in regulering en er is sprake van een meer integrale beoordeling van ruimtelijke-, milieu- en bouwaspecten.

Wat betekenen deze veranderingen voor Brzo-bedrijven?
Voor o.a. Brzo-bedrijven verandert de regelgeving over externe veiligheid, geluid, etc. De regels over deze onderwerpen komen niet meer in de omgevingsvergunning te staan, maar worden in de gemeentelijke omgevingsplannen vastgelegd. Sinds 2018 onderzoeken we wat dat in de praktijk betekent. We kijken wat de consequenties van de Omgevingswet zijn, in vergelijking met de huidige situatie voor complexe bedrijven. Onder complexe bedrijven verstaat de Omgevingswet de bedrijven die onder het bevoegd gezag van de provincie vallen.

Welke onderzoeken zijn al uitgevoerd?
In 2018 vonden twee pilotonderzoeken plaats. Tijdens verdiepende sessies met landelijke vertegenwoordigers van de zes Brzo-OD’s onderzochten we twee aspecten:

  • De verhouding tussen provinciale en gemeentelijke regelgeving.

  • De consequenties van de verandering van het begrip ‘inrichting’ naar ‘milieubelastende activiteit’ (MBA).

Wat waren de belangrijkste bevindingen?
Vanuit de eerste sessie concludeerden we onder meer dat sommige begrippen niet duidelijk zijn, zoals ‘significante milieuverontreiniging’. Maar ook dat je bij een vergunningaanvraag voor een complex bedrijf kunt afwijken van de regels uit het omgevingsplan van de gemeente. Tegelijkertijd is het in sommige gevallen mogelijk om als complex bedrijf eerst een bouw- of RO-vergunning bij de gemeente aan te vragen, voordat de provincie bevoegd gezag wordt (en blijft).

Vanuit de tweede sessie concludeerden we dat het ontbreken van een definitie voor ‘locatie’ ertoe kan leiden dat exploitanten van Seveso-inrichtingen onder bepaalde drempelwaarden uitkomen.  En dat het bepalen van de MBA op basis van zowel de Richtlijn industriële emissies (RIE) als het BAL verloopt. Verder geldt: hoe complexer een bedrijf, hoe meer er wordt geregeld in de omgevingsvergunning. Van alle complexe bedrijven worden alleen bij een Seveso-inrichting in ieder geval alle activiteiten binnen de locatie in de omgevingsvergunning geregeld.

Wat leverde het onderzoek op?
Het onderzoek, de bevindingen en de standpunten zijn vastgelegd in een rapportage. Ook bracht het onderzoek samenwerking en eenduidigheid tussen de Brzo-OD’s tot stand.

Welke onderzoeken volgen nog?
In 2018 is gestart met een onderzoek naar ‘de omgevingsvergunning onder de Omgevingswet’. In 2019 onderzoeken we in ieder geval de indieningsvereisten en het onderwerp ‘overgangsrecht/bruidsschat’.

0  Comments